Cluster 4 [Stopproef]

Stopproef

Stopproef

De motorrijder voert een technisch juiste remming uit met een korte remweg, zonder dat er sprake is van een noodstop.

Wijze van uitvoering (beheersing voertuig)

  • – rijdt recht aan met een snelheid van 50 kilometer per uur
  • – draait bij het poortje het gas dicht, remt direct met beide remmen en ontkoppelt
  • – komt met een forse, technisch goede remming tot stilstand
  • – schakelt kort voor stilstand terug naar de eerste versnelling.